In de pas geopende ‘Newport Street Gallery’ van Damien Hirst hangt verrassend (nog) geen werk van de nieuwbakken museumeigenaar. Zijn aanzienlijke kunstcollectie van zo’n 3.000 werken vult de muren van het 3.437 m2 tellende complex. Waarom Hirst gekozen heeft om zijn museum te openen met een expositie van de onbekende Britse abstracte schilder John Hoyland is onduidelijk. Hoyland staat niet bekend als een hoogvlieger. Boze tongen beweren dat Hirst op deze manier de talloze doeken die hij van Hoyland bezit, belangrijk maakt en zo de waarde aanzienlijk verhoogt. Niet ondenkbaar voor een ‘Business Artist’ die Hirst nu eenmaal is. Het kon zomaar een zet zijn (geweest) van collega ‘Business Artists’ Jeff Koons en Andy Warhol. Geld verdienen aan kunst is natuurlijk prima en Hirst heeft flink in de buidel getast om dit museum van de grond te krijgen. Wat tot nadenken stemt is wat het effect van deze zet zal zijn op kopers/liefhebbers van de lagere regionen van de beeldende kunst. Dat de bovenkant van de kunstmarkt volkomen verziekt is is tot daaraan toe, maar als kunstmatig de prijzen voor relatief onbelangrijke kunstenaars opgestuwd worden is dat een kwalijke zaak. Het zal kopers aan de onderkant van de markt alleen maar afschrikken om een galerie binnen te stappen. Want wie weet nu nog wat kunst waard is?  It’s not all business.