Replica’s
Het Museum Escher in het Paleis in Den Haag hangt vol met reproducties van het werk van Maurits Cornelis Escher. Niet om het publiek te bedriegen maar om de originelen te beschermen. Deze zijn namelijk uiterst kwetsbaar. Het is onmogelijk om het werk van de kunstenaar uit Leeuwarden permanent te tonen. Het gebeurt wel, dat tentoonstellen, maar licht heeft een verwoestende uitwerking op de kwaliteit van de papieren prenten en na een tentoonstelling moeten die werken voor jaren het donker in. Bij alle exposities wordt gebruikt gemaakt van facsimile’s. Escher maakte tussen 1929 en 1970 ongeveer 450 houtsneden, houtgravures, lithografieën en 2000 tekeningen en schetsen. Hoeveel van deze originelen daadwerkelijk te zien zijn voor het publiek is niet bekend. Zelfs het personeel van het Escher museum kan een originele prent niet van een replica onderscheiden. Dat zegt veel over de kwaliteit van de reproducties maar het blijft een vreemde zaak. Als straks blijkt dat de Nachtwacht al jaren in een beveiligde loods staat en de wereld zich dagelijks vergaapt aan een kopie in het Rijks, zal de omvang van het schandaal niet te overzien zijn. Dat het werk van Escher wordt gekopieerd, hoe integer de bedoelingen ook zijn, leverde slechts een paar stukjes in de krant op. Geen boe-geroep van misleide museumgangers. Dat verdient een groot kunstenaar als Escher toch niet? Escher zei zelf: ”Ik geloof dat het maken van prenten, zoals ik dat doe, bijna alleen een kwestie is van het zo verschrikkelijk graag goed willen doen.” Zo is het, we moeten het goed doen. Voortaan telt alleen wat echt is.