Dood. Na Lemmy, David Bowie, Glenn Frey, Maurice White en Keith Emerson was het nu de beurt aan Prince om de stairway to heaven te bestijgen. Slik, dat gaat wel hard zo. Alweer is een kunstenaar ons ontvallen. Want zo zie ik de popmuziek wel. Als een kunstuiting. Sterker nog, voor mij is het een van de belangrijkste kunstvormen. Ik heb ontelbare momenten van genoegen beleefd met het beluisteren van muziek. Het liefst live maar draaitafel en cd speler waren en zijn meestal wel voldoende. Die gebeurtenissen overtreffen in tijd zeker de momenten van geluk door kijken naar beeldende kunst. Maar mogelijk is dit appels met peren vergelijken. Feit is dat Prince zijn frapante kunstjes niet meer zal opvoeren. Ik was geen groot fan van Prince. Ik heb nog wel vier lp’s in de kast staan maar geen enkele cd. Dat zegt eigenlijk voldoende. Maar de wereld rouwt, dat is wel duidelijk. Eerst dacht ik dat 27 het magisch ‘dodenjaar’ voor popartiesten was. De lijst is in ieder geval lang genoeg; Brian Jones, Jimi Hendrix, Jim Morrison, Janis Joplin, Kurt Cobain, Amy Winehouse en Jean-Michel Basquiat. Die laatste was weliswaar een beeldende kunstenaar maar voor mij hoort ie erbij. Maar nu lijkt het er op dat popartiesten van rond de 70 de kwetsbare groep zijn. Al past Prince met zijn 57 jaar daar niet bij. Maar Prince hoort eigenlijk nergens bij. Klopt het alsnog.