De kunstwereld kan leren van de politiek
Deze opmerkelijke stelling is van Rutger Pontzen, een van de cultuurspecialisten van de Volkskrant. Pontzen kwam tot die stelling na het aanhoren van een toespraak op Documenta 14 van de Hessische staatsminister voor Wetenschap en Kunst, Boris Rhein. Rhein pleitte in zijn speech om in deze tijd van bezuinigen de kunst niet te vergeten of erger om de kunst niet te negeren. Het geld dat er is moet ook aan hedendaagse kunst worden besteed. ‘Want zonder kunst en cultuur zal er minder vernieuwing zijn. En in zo’n wereld wil ik niet leven’, zei hij. Een spreker naar mijn hart die Boris Rhein. Dat hoor ik de Nederlandse cultuur bewindslieden niet snel zeggen. Maar het mag wel, graag zelfs. Het zou wat zijn als minster Jet Bussemaker zou verklaren dat kunst noodzakelijk is en dat het experiment het leven verrijkt en dat daar natuurlijk voldoende geld voor is. De les voor de kunstwereld is dat er weer geloofd moet worden in eigen kunnen. Dus hup, met z’n allen aan de slag. Vroeg of laat levert dat weer een eigentijdse Vermeer of een van Gogh op.