Het Stedelijk Museum Amsterdam heeft een nieuwe artistiek directeur. So what, denkt u wellicht. En dat snap ik, want dat dacht ik eerst ook. Maar toen had ik het interview in de Volkskrant met Rein Wolfs (1960) nog niet gelezen. De in Hoorn geboren kunsthistoricus verraste me op een aangename manier. Wolfs staat bekend om zijn zorgvuldigheid maar schroomt niet om de dingen bij hun naam te noemen. Zo vind hij bijvoorbeeld dat het Stedelijk zijn vertrouwdheid heeft verloren. Dat komt door de nieuwe aanbouw 'de badkuip' en het verplaatsen van de ingang. Daar ben ik het helemaal mee eens. Vroeger kwam je binnen door een gewone deur en moest je de grote trap op om in de kunsthemel te komen. Verder is Wolfs net als ik, niet gelukkig met het onderkomen van de vaste collectie 'Base' in de gigantische kelderruimte. Je dwaalt daar tussen al dat moois wat echt veel te dicht bij elkaar geplaatst is. Maar Wolfs is ook een diplomaat want hij noemt de door Rem Koolhaas ontworpen wanden en de combinatie van kunst en design een ‘sterke zet’. Maar omdat veel topwerk dicht bij elkaar hangt of staat, wringt het nu soms. Fijne vent die Rein Wolfs. Dat ie maar lang mag blijven.