De C-crisis heeft de Nederlandse musea in financiële rampspoed gestort. En ja, ik weet ook wel dat ze niet de enige zijn. Maar nu is het eerste museum omgevallen. Het Tassenmuseum in Amsterdam heeft de deuren moeten sluiten. Ik ben er nooit geweest, maar in de dertien jaar dat het museum heeft bestaan wisten een half miljoen bezoekers de weg naar de Herengracht te vinden. Toch bijna 40.000 bezoekers per jaar en pakweg 800 in de week. De vraag is nu: wie is de volgende? Ons land telt 400 kunstinstellingen die aangesloten zijn bij brancheorganisatie de Museumvereniging. Directeur Mirjam Moll gaat er van uit dat een kwart van haar leden het einde van het jaar niet gaan halen. Oei, dat zijn er dus 100 die ook gaan omvallen. Raar woord eigenlijk in dit verband. Ze vallen natuurlijk niet echt om. Stel je voor. De kleine musea zullen vermoedelijk het kind van de rekening zijn. Hoewel het Tassenmuseum met 32 werknemers niet echt klein was. Waarschijnlijk zal ik nooit een bezoek brengen aan een musea met poppen, sigarenbandjes, postzegels e.d. Maar het is wel betreurenswaardig dat deze kleinschalige ondernemingen geen toekomst meer hebben. Hopelijk hebben wij dat wel.