Iedereen herkent wel een schilderij van Joan Miró. Een feest van dansende gekleurde figuurtjes, stippen, sterren en lijntjes en zo meer. Speels en vrolijk. Typisch Miró. Toch? Ja en nee. Bovenstaande betrof een bepaalde periode in zijn kunstenaarschap. De fase waarmee hij wereldwijd doorbrak. Belangrijk. Maar zeker niet typerend voor de Catalaanse kunstenaar. De documentaire ‘Joan Miró – The inner fire’ maakte dat glashelder. Miró was een weerbarstig kunstenaar. Hij probeerde alles uit. Ok, bijna alles. Van metershoge sculpturen naar muren van keramiek tot wandtapijten die tonnen wogen. En schilderijen die groter en groter werden maar gelijkertijd leger en leger raakten. Hij stak zijn schilderijen in brand om te zien wat er gebeurde met het kunstwerk. Dat deed hij ook met een enorm wandtapijt gemaakt van kostbaar materiaal. De fik erin en daarna het werk voltooien met allerlei dingen. Zoals paraplus. Zijn medewerkers hielden hun hart vast maar Miró kwam er mee weg. Zijn hele werkzame leven stond in het teken van het experiment en de zoektocht naar het magische. Hij zei eens 'Ik droom nooit als ik slaap. Maar als ik wakker ben droom ik altijd'. Wist ik toch niet allemaal. Fascinerend.